De mooiste kapstokken vind je in het bos. Aan deze omgewaaide spar (ruim 2 m lang) hang je je mutsen, handschoenen en je jas. Ik heb de bast eraf gehaald. Dat ging gemakkelijk want de boom was al een tijdje dood. Het hout was niet gerot of geschimmeld. Een spar valt meestal op zijn takken waardoor de stam boven de grond blijft en wel uitdroogt maar niet snel rot. Ook heb ik goed gekeken of er geen boktor inzat.
Een nieuwe stam moet je eerst een paar maanden laten drogen. Dat was nu niet nodig omdat de boom al een tijdje in het bos lag.
Ik heb de stam op maat gezaagd en goed schoongemaakt. Op sommige plekken met een fijn stukje schuurpapier glad geschuurd. Verder schuren was niet nodig. De takken heb ik afgezaagd op een centimeter of vijf (soms iets meer). Goed gekeken wat een mooi patroon van takken zou opleveren. Niet te lang zodat je er niet tegenaan loopt.
De kanten van de afgezaagde takken heb ik goed rond geschuurd met de Deltaschuurmachine en korrel 400. Anders beschadig je later je muts.
Daarna de stam tweemaal in de blanke lak gezet. Tenslotte gemonteerd met twee lange spaanplaatschroeven. De gaten heb ik voorgeboord in de stam.
Als je meer tijd voor wilt uittrekken dan ik deed zou je de gaten met een ruime boor kunnen vergroten en er een deuveltje in plaatsen. Die zaag je af met een Japanse zaag. In het boek wordt dit beschreven onder ‘deuvelverbindingen’.
Tot nu toe is de stam niet gespleten en komen er ook geen houtvretende beestjes uit.
