Jezelf ontwerpen

Ik ben gewoon mezelf, is een tamelijk alledaagse uitdrukking. De doorsnee Nederlander wil er vooral mee benadrukken dat hij authentiek is in zijn gedrag. Hij slijmt niet en schept niet op. Anderen laten zich meetrekken in de sfeer die ontstaat of bezwijken onder de groepsdruk. Hij niet. Hij blijft gewoon dezelfde persoon.

Op het eerste gezicht lijkt dit onproblematisch. Volg wat je hart je ingeeft. Uit onderzoek blijkt echter dat we bij het vormgeven van onze identiteit sterk rekening houden met hoe we overkomen. We willen bijvoorbeeld graag dat anderen ons zien als een onafhankelijk persoon. Als je vrienden een pizza Napolitano bestellen, ben je eerder geneigd voor een Margharita te kiezen – ook als dat niet jouw favoriete gerecht is. Je wilt immers geen na-aper zijn. ‘Bij het maken van onze alledaagse keuzes schatten we niet alleen constant in welke keuzen passen bij wie we zijn (..) maar ook hoe anderen deze keuzes interpreteren.’ concludeert de Amerikaanse hoogleraar bedrijfskunde Sheena Iyengar in De kunst van het kiezen. Gewoon jezelf zijn is minder eenduidig dan het lijkt. Je kunt jezelf kwijtraken en blijkbaar kun je jezelf ook weer terugvinden. Wat is dat hoogstpersoonlijke zelf eigenlijk?

Een bekende opvatting over persoonlijke identiteit is die van een onveranderlijke kern met daaromheen een flexibele schil. Tot op zekere hoogte is een mens in staat zijn gedrag aan te passen, maar er zijn grenzen. De manier waarop hij reageert wordt uiteindelijk bepaald door zijn karakter en dat ligt al vanaf zijn geboorte vast en wordt bepaald door zijn jeugdervaringen. Tot aan de jaren-60 van de vorige eeuw, werd het proces van identiteitsvorming opgevat als eindig. Van een volwassen man of vrouw werd voldoende zelfkennis verwacht om zijn of haar plek in de maatschappij in te kunnen nemen. Vaak lag de sociale rol al vanaf de geboorte vast en de keuze voor een beroep was beperkt. Wie voor een dubbeltje geboren was, zou nooit een kwartje worden. En meisjes werden verpleegster en jongens ingenieur. Jezelf worden, betekende dat je je identificeerde met de rol die je geacht werd te spelen in het publieke leven. Ook voor het huwelijk bestonden eenduidige voorschriften.

De filosofie van het existentialisme liet een ander geluid horen. Het propageerde vanaf de tweede helft van de 20e eeuw een nieuwe identiteitsopvatting. In de visie van Jean Paul Sartre (1905-1980) was de mens vrij zichzelf naar eigen inzicht te ontwerpen. Iedere zelfbepaling was geen eeuwige waarheid, maar kon in principe worden herroepen.

Dit gaf het individu niet alleen een geweldige vrijheid, maar stelde hem ook voor een belangrijke opgave. Voortaan moest hij zichzelf verwerkelijken door de persoonlijke keuzes die hij maakte. Niet klakkeloos blijven functioneren binnen de sjablonen van de traditie – Sartre noemde dat ‘oneigenlijk’ – maar opstaan en je vrije wil gebruiken om de persoon te worden die je wilt zijn. Het leven was een ontwikkelingsproces met een open einde geworden. Het ik wordt niet langer opgevat als een gegeven, maar ontstaat vanuit de keuzes die het maakt. Het individu moet zichzelf telkens weer uitvinden. Life is not about finding yourself, but about inventing yourself.

 

Deel deze Filosofische Bijsluiter
Deel dit op LinkedIn
Deel dit op Facebook
Deel dit op Google+
http://www.sjaakvane.nl/jezelf-ontwerpen/
Volg Sjaak Vane
2017-02-08T19:27:41+00:00